
De EWMM is een door het KNGF erkende werkgroep. Als cursusprovider staat deze geregistreerd onder nummer 35634. De aangeboden cursussen zijn allen geaccrediteerd voor het Nederlandse MT register.
Onze cursussen zijn in eerste instantie bedoeld voor manueel therapeuten. Deze moeten geregistreerd zijn in het MT register van het KNGF. Die inschrijving wordt door ons gecontroleerd. Voor in het buitenland woonachtige en werkzame manueel therapeuten bestaat dit toelatingscriterium niet. De EWMM vraagt echter geen accreditatie aan in andere landen dan Nederland of voor andere registers dan het deelregister manuele therapie.
Voor capita selecta wordt door de EWMM ook aan andere disciplines de mogelijkheid geboden deel te nemen aan cursussen.
De EWMM is een groot voorstander van internationale en interdisciplinaire kennisuitwisseling en speelt daarin zelf een actieve rol.
Er
zijn vele verenigingen en instellingen die zich interesseren in en
zich inzetten voor de manuele therapie. Waarom nu weer een nieuw gezicht?
De European Workgroup for Manual Medicine wil op een belangrijk en
interessant gebied, zich anders presenteren dan de andere reeds bestaande
groeperingen.
De
EWMM is bewust geen vereniging met statuten, een huishoudelijk reglement,
contributie en een bestuur. Zij is meer te beschouwen als een werkgroep
met ruime belangstellingsgebieden in de manuele therapie. Dit geeft
voldoende structuur om congressen, cursussen en workshops te organiseren
met eigen en gastdocenten.
De
werkgroep is een verzamelpunt om gemeenschappelijk activiteiten uit
te wisselen, waarin deelnemers ruimte krijgen hun eigen verworven inzichten
uit te dragen.
Dit
voorkomt verstarring en sclerotische nomenclatuur, het is
een werkgroep van de joint-play, waarin nauwelijks sprake is van absoluutheden,
hoewel daarvoor zeker respect is.
Bepalend
is dat de principes van de manuele therapie, alsmede de breedte- en
dieptewerking van de functionele pathologie gerespecteerd blijven en
dat de diagnostiek en therapie daarop worden afgestemd.
De
functiestoornissen, die voorafgegaan aan de pathomorfologie (de langzame
structuurveranderingen) bij kinderen krijgen grote aandacht van deze
werkgroep. Gezocht wordt naar toepasbare vormen van manuele therapie,
indien gewenst in combinatie met andere therapieën in samenspraak
met andere medische en paramedische disciplines.
De
jarenlange ervaringen met de effecten van de manuele therapie bij kinderen
en scholieren vormen de basis voor interdisciplinaire discussie.
De
EWMM wil ook aandacht geven aan en een coördinatiecentrum zijn voor
klinische vraagstellingen. Over de aspecten van diagnostiek en therapievormen
wordt kritisch gedacht en geoordeeld. Tevens streeft de werkgroep naar
mogelijkheden van wetenschappelijke onderbouwing van manuele therapie
bij zuigelingen en schoolkinderen, om boven de casuïstiek uit te
stijgen en deze gegevens beschikbaar te stellen aan andere medische
disciplines,
mede om de manuele therapie onderdeel te laten worden van de wetenschappelijk
onderbouwde geneeskunde.
Wij
voelen ons verplicht tot de algemeen aanvaarde wetenschappelijke
normen, maar de gerichtheid op de patiënt blijft onze prioriteit.
Geleidelijk aan worden de wetenschappelijke inspanningen die de EWMM NL zich de laatste jaren heeft getroost, in steeds bredere kring gewaardeerd. Het WCF heeft Prof. dr. Rob de Bie voorgesteld om ons te helpen met het uitwerken van een klinisch en ethisch acceptabel onderzoeksdesign mbt. manuele therapie en de asymmetrische zuigeling.
Daarnaast blijven we het beschikbare, in de praktijk verkregen bewijs naar voren brengen op congressen en in de vakliteratuur.
De
gehanteerde principes en het onderliggende gedachtegoed kunnen op
(internationale) congressen met niet-klinische wetenschappers op vriendschappelijke
wijze worden uitgediept, overdacht en bediscussieerd. Op deze wijze
kwam het tot interessante referaten en publicaties zoals het 2e boek
van Dr. Heiner Biedermann, waarin zowel clinici als wetenschappers
publiceerden. (Manualtherapie bei Kindern - zie de literatuurlijst
bij "Literatuur".
De
EWMM is een fervent voorstander van multidisciplinaire samenwerking
en zij draagt dat ook uit. Het geeft een extra verdieping aan ons
vak en het komt de patiënt ten goede! Een sprekend voorbeeld daarvan
is de behandeling van een KISS kind door zowel de kinderfysiotherapeut
(sensomotorische benadering) in samenwerking met de manueeltherapeut
(mechanische benadering).
KISS (Kopfgelenk Induzierte Symmetrie Störungen) wordt door de EWMM gedefinieerd als een neurofysiologische stoornis in het natuurlijke groei- en ontwikkelingsproces van de zuigeling naar een volwaardige functionele en constante perceptieve, cognitieve en sensomotorische interactie binnen het individu. Dat primair op basis van een locale hoogcervicale arthrogene functiestoornis.
Er kan geen begeleidende neurologische en/of interne co-pathologie worden aangetoond en van invloeden van persoonlijke
en/of externe factoren is evenmin sprake.
(oktober 2007)
Er wordt niet meer gesproken van een KISS syndroom maar van KISS of het KISS concept. Een syndroom is immers een complex van symptomen met onbekende oorzaak.
|